ECLI:NL:GHSGR:2009:BH9207
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Bouritius
- van Nievelt
- van de Poll
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over gesloten jeugdzorg na meerderjarigheid en strijd met artikel 5 EVRM
In deze zaak stond de vraag centraal of een machtiging voor gesloten jeugdzorg verlengd kon worden na de meerderjarigheid van de betrokken jeugdige, die op 2 april 2009 18 jaar werd. De stichting Bureau Jeugdzorg verzocht om verlenging van de machtiging tot 29 juni 2009, terwijl de minderjarige zich verzette met een beroep op artikel 5 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat vrijheidsbeneming reguleert.
Het hof oordeelde dat het begrip 'minderjarige' in artikel 5 EVRM Pro niet kan worden uitgebreid tot meerderjarigen en dat de Nederlandse wetgeving geen afwijking van de meerderjarigheidsgrens toestaat. Vrijheidsbeneming van een meerderjarige in het kader van gesloten jeugdzorg is daarom onverenigbaar met artikel 5 EVRM Pro. Ook het beroep op artikel 3 van Pro het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind faalde omdat dit verdrag niet primair bescherming biedt aan meerderjarigen.
Het hof verwees naar de uitspraak Eriksen tegen Noorwegen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin beperkte vrijheidsbeneming onder bijzondere omstandigheden werd toegestaan, maar concludeerde dat deze zaak niet vergelijkbaar is met de onderhavige situatie. De minderjarige had een concreet uitzicht op begeleid wonen elders, maar het belang van veilige opvang kon geen rechtvaardiging vormen voor een onaanvaardbare inbreuk op de persoonlijke vrijheid.
Daarom werd de bestreden beschikking van de kinderrechter bekrachtigd en het verzoek tot verlenging van de machtiging afgewezen. Tevens werd het incidentele verzoek tot onverbindendverklaring van artikel 29a WJZ verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verlenging van gesloten jeugdzorg na de meerderjarigheid af wegens strijd met artikel 5 EVRM.