ECLI:NL:GHSGR:2009:BH6173
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- J.W. van Rijkom
- R.S. van Coevorden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake dwaling en VUT-uitkering bij beëindiging arbeidsovereenkomst
De werknemer trad in 1980 in dienst bij de werkgever en maakte per 1 augustus 2003 gebruik van de vervroegde uittredingsregeling (VUT). De werknemer stelde dat hij door de werkgever was misleid over de hoogte van de VUT-uitkering, waarbij hem was toegezegd dat hij 87,5% van zijn laatstverdiende nettosalaris zou ontvangen, terwijl de daadwerkelijke uitkering lager bleek te zijn.
De werknemer vorderde schadevergoeding wegens dwaling, toerekenbare tekortkoming en onrechtmatige daad. De rechtbank had zijn vorderingen afgewezen en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof overwoog dat de werknemer voldoende informatie had kunnen verkrijgen bij de VUT-uitkeringsinstantie SUWAS/Relan, die hem in 2002 al concrete bedragen had verstrekt die wezenlijk lager waren dan 87,5% van zijn netto salaris.
Het hof stelde dat de werknemer niet aannemelijk had gemaakt dat hij bij juiste en volledige informatie niet of niet onder dezelfde voorwaarden met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zou hebben ingestemd. Ook was er onvoldoende grond voor het beroep op dwaling of onrechtmatige daad. De werknemer werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van de werknemer af.