ECLI:NL:GHSGR:2009:BH3200
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. Borgesius
- A.L.J. van Strien
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak loods na aanvaring op de Westerschelde wegens onvoldoende bewijs squat- en bank-effect
Het gerechtshof te 's-Gravenhage behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter in Middelburg waarbij verdachte werd verdacht van het veroorzaken van een aanvaring op de Westerschelde. De verdachte, een ervaren loods, werd ervan beschuldigd het schip Pelican 1 met te hoge snelheid en te dicht bij boei 75 te hebben gepasseerd, waardoor het schip onbestuurbaar werd door het squat- en bank-effect en in aanvaring kwam met een ander schip.
Tijdens het onderzoek werden verklaringen van deskundigen en getuigen gehoord, waaronder R. van der Bos en M.C. Schrijver. Het hof concludeerde dat de exacte vaarsnelheid en positie cruciaal waren voor het vaststellen van het squat-effect, maar dat de beschikbare radarbeelden onvoldoende nauwkeurig waren om dit te bepalen. Ook werd een technisch mankement aan de stuurinrichting niet uitgesloten, aangezien na de aanvaring geen adequaat technisch onderzoek had plaatsgevonden.
Daarnaast werd vastgesteld dat de kapitein buiten medeweten van de verdachte de motor had afgezet, wat de bestuurbaarheid bemoeilijkte. Gezien deze feiten en het ontbreken van overtuigend bewijs achtte het hof niet bewezen dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan het tenlastegelegde. Daarom sprak het hof de verdachte vrij en vernietigde het het vonnis waarvan beroep.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij schuld had aan de aanvaring door het squat- en bank-effect.