ECLI:NL:GHSGR:2009:BH2442
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- E.J. van Sandick
- M.J. van der Ven
- A.G. Beets
- Rechtspraak.nl
Geen gerechtvaardigd vertrouwen op erkenning huurderschap zonder ondubbelzinnige mededeling
In deze civiele procedure stond centraal of geïntimeerde gerechtvaardigd mocht vertrouwen op erkenning als huurder van de woning door appellant. De rechtbank had de vordering tot ontruiming afgewezen op grond van een brief waarin appellant om huurbetaling vroeg, wat werd opgevat als erkenning van huurderschap.
Het hof oordeelde dat deze brief onvoldoende was om een gerechtvaardigd vertrouwen te rechtvaardigen. Omdat erkenning van huurderschap ingrijpende rechtsgevolgen voor appellant als verhuurder heeft, moet deze ondubbelzinnig blijken uit mededelingen. Het enkele gebruik van het woord 'huur' in de brief volstaat niet.
Daarnaast stond ter discussie of geïntimeerde haar hoofdverblijf in de woning had in de periode van 23 maart tot 9 oktober 2004, relevant voor haar beroep op huurbescherming na overlijden van de geregistreerde partner. Het hof constateerde dat de wederzijdse schriftelijke getuigenverklaringen hierover tegenover elkaar stonden en liet geïntimeerde toe tot nadere bewijslevering, waaronder getuigenverhoren.
Het hof verwierp het verweer dat erkenning voortvloeit uit eerdere processtukken in een andere procedure en bepaalde dat de vordering tot ontruiming inhoudelijk zal worden beoordeeld na bewijslevering. De zaak werd aangehouden voor nadere behandeling.
Uitkomst: Het hof verwierp de erkenning van huurderschap op basis van de brief en liet nadere bewijslevering toe over het hoofdverblijf van geïntimeerde.