ECLI:NL:GHSGR:2009:BH2306
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Th.W.H.E. Schmitz
- M.A.F. Tan-de Sonnaville
- A.G. Beets
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid verhuurder voor wateroverlast in kelderberging door grondwater en mogelijke constructiefouten
In deze zaak vordert de huurder vergoeding van schade veroorzaakt door wateroverlast in haar kelderberging, gehuurd sinds 1968. De kelder is onder het maaiveld gelegen en werd gebruikt voor opslag en als naaiatelier. In 1994 ontstond voor het eerst waterschade door grondwater, waarna de verhuurder maatregelen nam, waaronder injecteren van wanden en leggen van een betonvloer.
In november 2000 en september 2001 trad opnieuw wateroverlast op. De huurder stelt dat dit kwam door een gat in de spouwmuur, ontstaan tijdens renovatiewerkzaamheden door derden. Getuigen verklaren een gat te hebben gezien, maar het hof acht dit niet aannemelijk vanwege tegenstrijdige verklaringen van medewerkers van de verhuurder en het ontbreken van overtuigend bewijs, zoals foto’s.
Het hof concludeert dat de wateroverlast in 2000 en 2001 niet door een gat in de muur is veroorzaakt, maar door gestegen grondwater. De verhuurder heeft een zorgplicht voor een waterdichte berging en heeft in 1994 en 2002 maatregelen genomen. De duurzaamheid van deze maatregelen bleek echter beperkt. Het hof gelast een comparitie om deskundigen te benoemen die de technische aspecten en toerekenbaarheid nader kunnen onderzoeken.
De huurder mocht bij het aangaan van de huurovereenkomst verwachten dat de kelderberging droog zou blijven, ook bij hevige regenval. Het niet droog blijven betekent dat sprake is van een gebrek aan de kelder in de zin van het huurrecht. De verhuurder kan hiervoor aansprakelijk worden gehouden. Het hof stelt het geschil voorlopig aan en bepaalt een comparitie voor nader overleg en deskundigenonderzoek.
Uitkomst: Het hof gelast een comparitie voor nader deskundigenonderzoek en oordeelt dat de wateroverlast door gestegen grondwater aan de verhuurder kan worden toegerekend.