ECLI:NL:GHSGR:2009:BH1900
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Mos-Verstraten
- Van der Kuijl
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vervangende toestemming tot erkenning van minderjarige door verwekker
In deze zaak staat de vraag centraal of de verwekker van een minderjarige gerechtelijke toestemming kan krijgen voor erkenning, ondanks bezwaren van de moeder. De moeder stelt dat er geen family-life bestaat tussen de man en de minderjarige en vreest dat erkenning het ongestoorde gezinsleven met haar en de minderjarige schaadt. Zij verwijst naar stalking, mishandeling en diefstal door de man, maar brengt hiervoor geen concreet bewijs in.
De man betwist deze beschuldigingen en benadrukt het belang van een familierechtelijke band tussen hem en de minderjarige. De bijzondere curator is betrokken als belanghebbende en heeft geen bezwaar tegen de erkenning. Het hof overweegt dat erkenning in beginsel niet kan worden onthouden aan de verwekker, tenzij aannemelijk is dat dit de belangen van de moeder of de minderjarige schaadt.
Het hof concludeert dat de moeder onvoldoende feiten en bewijs heeft geleverd om haar belang bij weigering aannemelijk te maken. Ook toekomstige zorgen over omgangsregelingen of gezagswijziging zijn niet relevant voor de huidige beoordeling. De bestreden beschikking wordt daarom bekrachtigd en het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vervangende toestemming tot erkenning van de minderjarige door de man en wijst het hoger beroep van de moeder af.