ECLI:NL:GHSGR:2009:BH1603
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Th.W.H.E. Schmitz
- M.C.M. van Dijk
- M.J. van der Ven
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voor door huurder aangebrachte voorzieningen bij einde huurovereenkomst
Zoutewelle huurde sinds 1976 bedrijfsruimte van Agora, een professionele verhuurder. In de huurovereenkomst van 1989 was een regeling opgenomen over ontruiming en vergoeding voor voorzieningen die de huurder had aangebracht. Na opzegging en verlenging van de huurperiode vorderde Zoutewelle vergoeding voor deze voorzieningen.
Agora voerde aan dat het beding niet op haar was overgegaan als opvolgende verhuurder en dat de huurovereenkomst niet meer van toepassing was. Het hof oordeelde dat de oorspronkelijke huurovereenkomst nog steeds gold en dat het beding in artikel 9, dat een afwijking vormt op artikel 5, lid 2, sub b, BW, wel degelijk op de opvolgende verhuurder van toepassing is.
Het hof stelde vast dat de voorzieningen direct verband hielden met het gebruik van het gehuurde en dat de vergoeding in redelijkheid toekwam. Agora, als professionele belegger, had zich op de hoogte moeten stellen van deze regeling. Het hoger beroep werd verworpen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt Agora tot vergoeding van de door Zoutewelle aangebrachte voorzieningen.