ECLI:NL:GHSGR:2009:6102

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
14 juli 2009
Publicatiedatum
23 juni 2015
Zaaknummer
200.011.610/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Husson
  • Stille
  • Bos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 382 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering herziening arrest wegens ontbreken bedrog bij bouwvergunning

De man heeft bij het gerechtshof een vordering ingesteld tot herziening van een eerder arrest, stellende dat sprake zou zijn van bedrog door de vrouw omtrent een bouwvergunning. Hij voerde aan dat er geen goedgekeurde wijziging van de bouwvergunning was en dat de vrouw stukken van beslissende aard had achtergehouden.

De vrouw heeft zich verzet tegen de vordering en betoogd dat geen sprake is van bedrog, dat de vordering te laat is ingesteld en dat de stellingen van de man onvoldoende draagkracht hebben voor herziening. Tevens verzocht zij om een proceskostenveroordeling van de man.

Het hof overweegt dat zelfs indien de feiten zoals door de man gesteld vaststaan, dit niet leidt tot de conclusie dat sprake is van bedrog. De vrouw heeft in eerdere procedures gesteld dat de man zonder haar instemming verbouwingen verrichtte op basis van een bouwvergunning, terwijl achteraf mogelijk bleek dat die vergunning reeds was verleend. Dit maakt haar stelling niet tot bedrog.

Het hof wijst de vordering van de man af en veroordeelt hem in de proceskosten van de vrouw, begroot op € 2.936,-. De kostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vordering tot herziening van het arrest wordt afgewezen en de man wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector familie
Zaaknummer : 200.011.610/01

arrest van de familiekamer d.d. 14 juli 2009

inzake
[de man],
wonende te [woonplaats 1],
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. H.W. Bos-Hagens, kantoorhoudend te Noordwijk
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats 2],
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. W. Taekema, kantoorhoudend te Den Haag.

Het geding

Bij exploot van 24 juli 2008 met 14 producties heeft de man de vrouw doen dagvaarden voor het gerechtshof te ’s-Gravenhage.
De vrouw heeft een memorie van antwoord (met drie producties) genomen.
Op 5 maart 2009 is de zaak bepleit, namens de vrouw door haar advocaat voornoemd aan de hand van door hem overgelegde pleitaantekeningen. De man noch zijn advocaat zijn bij het pleidooi verschenen.
De advocaat van de vrouw heeft zijn procesdossier aan het hof overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. De man heeft gevorderd om het arrest van dit hof, tussen partijen gewezen op 14 april 2004, te herzien en het hoger beroep (dat in die zaak was ingesteld) alsnog gegrond te verklaren. Hij heeft daartoe aangevoerd, dat sprake is van bedrog in de zin van artikel 382 Rv Pro. Hij heeft daartoe nog het volgende gesteld.
2. Uit een door de man overgelegde brief van de gemeente [woonplaats 2] van 8 juli 2008 blijkt duidelijk, dat er geen goedgekeurde wijziging van de bouwvergunning van november 1997 is, er geen aanvraag is voor een wijziging bouwvergunning om een voordeur, een extra verdieping of om een deel van de woning om te bouwen tot appartementen en er op verzoek van de welstandscommissie wijziging in detailleringen is aangebracht.
De man stelt dat de vrouw ten onrechte volhardt in haar stelling dat de man zonder haar instemming bij de gemeente een bouwvergunning had aangevraagd en verkregen. De man stelt tenslotte dat de vrouw ten onrechte stukken van beslissende aard heeft achtergehouden, waaruit bleek, dat geen aanvraag wijziging bouwvergunning was ingediend, noch een gewijzigde bouwvergunning was afgegeven.
Op deze gronden had de oorspronkelijke vordering van de vrouw niet mogen worden toegewezen.
3. De vrouw heeft zich tegen toewijzing van de vordering verzet. Zij stelt - kort samengevat - dat geen sprake is van bedrog, dat herroeping van het arrest zou rechtvaardigen en dat de vordering te laat is gedaan. Bovendien is zij van mening, dat hetgeen de man aanvoert niet de vordering kan dragen omdat de stellingen van de man, zo al juist, niet dragend waren voor het eerder gegeven oordeel van het hof. Zij vraagt bovendien een proceskostenveroordeling van de man.
4. Het hof overweegt als volgt.
Het hof zal in het midden laten of de vordering tijdig is gedaan. Met de vrouw is het hof van oordeel, dat gesteld al dat de feiten zouden komen vaststaan, zoals de man stelt, dit niet de conclusie wettigt, dat sprake is van bedrog.
Immers: zo de vrouw in eerdere procedures heeft gesteld dat de man zonder haar instemming enige bouwvergunning had gekregen gaat het daarbij erom dat de man feitelijk zonder haar instemming en zonder de vrouw daarvan in kennis te stellen aan de woning ingrijpende verbouwingen heeft verricht, terwijl zij als mede-eigenares recht erop had om aan dergelijke werkzaamheden haar toestemming te verlenen dan wel te weigeren. Dat zij zich daarbij op het standpunt heeft gesteld dat de man die verbouwingen verrichtte op basis van een buiten haar om aangevraagde en verleende bouwvergunning, terwijl achteraf mogelijk kan worden vastgesteld, dat die stelling onjuist was omdat de verbouwing geschiedde op basis van een reeds verleende vergunning maakt niet dat de vrouw bij het innemen van genoemde stelling in de procedure zich schuldig heeft gemaakt aan bedrog.
5. Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat de vordering ten onrechte is ingesteld. Gelet daarop is er voldoende aanleiding de man in de proceskosten te veroordelen.

Beslissing

Wijst de vordering van de man af;
veroordeelt de man in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de vrouw tot deze uitspraak begroot op € 2.936,-, gespecificeerd als volgt:
- € 254,- vastrecht,
- € 2.682,- salaris procureur,
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. Husson, Stille en Bos en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2009 in aanwezigheid van de griffier.