ECLI:NL:GHSGR:2008:BK5097
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van Leuven
- van Nievelt
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag na echtscheiding wegens weigering verblijfstoestemming en ontzegging omgangsrecht
In hoger beroep staat het ouderlijk gezag en de omgangsregeling over de minderjarige centraal. De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan haar toe te kennen, omdat de vader al jaren weigert mee te werken aan het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor het kind. De vader verzet zich tegen dit verzoek en vraagt tevens om een omgangsregeling en een dwangsom bij niet-nakoming van de informatieregeling.
Het hof overweegt dat de communicatie tussen de ouders dusdanig slecht is dat gezamenlijk gezag niet in het belang van het kind is. De vader heeft ondanks herhaalde verzoeken geen toestemming gegeven voor de verblijfsvergunning, wat het dagelijks leven van het kind ernstig belemmert. Gezien de langdurige situatie acht het hof het niet aannemelijk dat verbetering op korte termijn zal plaatsvinden.
Het hof beëindigt daarom het gezamenlijk gezag en kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder, die feitelijk al jaren de zorg draagt. Het omgangsrecht van de vader wordt ontzegd wegens ernstige bezwaren van het kind en de spanningen die omgang met zich brengt. Het verzoek van de vader om een dwangsom bij niet-nakoming van de informatieregeling wordt afgewezen omdat de moeder deze regeling wel nakomt.
De bestreden beschikking wordt vernietigd voor zover het gezag en de omgangsregeling betreft en in die zin opnieuw beslist. De overige onderdelen van de beschikking worden bekrachtigd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend; het omgangsrecht van de vader wordt ontzegd voor onbepaalde tijd.