ECLI:NL:GHSGR:2008:BG6749
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Kamminga
- Van der Kuijl
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ondertoezichtstelling wegens afgenomen bedreiging van geestelijke belangen minderjarigen
In deze zaak stond de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen centraal, die door de rechtbank was opgelegd vanwege eerdere problematiek binnen het gezin, waaronder een poging tot brandstichting en strafrechtelijke begeleiding van een van de kinderen. De ouders gingen in hoger beroep tegen deze beslissing, stellende dat de situatie inmiddels aanzienlijk was verbeterd en dat de ondertoezichtstelling niet langer noodzakelijk was.
De raad voor de kinderbescherming en Jeugdzorg voerden aan dat hoewel er positieve signalen waren, de situatie recentelijk was verbeterd en het noodzakelijk was om de ondertoezichtstelling te handhaven om de ontwikkeling van de kinderen te blijven monitoren. De raad benadrukte dat vrijwillige hulpverlening in het verleden ontoereikend was gebleken en dat de gezinsvoogd als een stok achter de deur kon fungeren.
Het hof overwoog dat de ouders voldoende hadden aangetoond dat zij in staat waren om adequaat te reageren op de problematiek van de kinderen. De kinderen gingen naar school, kregen passende hulpverlening en de moeder maakte een stabiele indruk. De ondertoezichtstelling bood geen meerwaarde meer omdat er geen reële bedreiging van de geestelijke belangen van de kinderen meer bestond.
Daarom vernietigde het hof de beschikking tot ondertoezichtstelling met ingang van 25 september 2008 en hief deze op, terwijl de rest van de beschikking werd bekrachtigd. Hiermee werd het beroep van de ouders gegrond verklaard.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarigen wordt met ingang van 25 september 2008 opgeheven wegens afgenomen bedreiging van hun belangen.