ECLI:NL:GHSGR:2008:BG3928
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Mos-Verstraten
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uithuisplaatsing minderjarige bij andere gezagsouder na scheiding
In deze zaak staat de uithuisplaatsing van een minderjarige centraal, waarbij de minderjarige bij de juridische vader verblijft terwijl de moeder en vader gezamenlijk het gezag uitoefenen. De moeder betwist de ontvankelijkheid van Jeugdzorg in het verzoek tot uithuisplaatsing en stelt dat de plaatsing niet in het belang van het kind is, mede vanwege haar gehechtheid aan de moeder en het ontbreken van onderzoek naar haar opvoedcapaciteiten.
Het hof oordeelt dat artikel 1:261 BW Pro niet in de weg staat aan een uithuisplaatsing bij de andere gezagsouder en verklaart Jeugdzorg ontvankelijk. Uit het onderzoek blijkt dat de minderjarige sinds november 2007 in een stabiele en gestructureerde omgeving bij de juridische vader verblijft, waarbij ook de omgang met de biologische vader gewaarborgd is.
De zorgen over het gedrag van de moeder, haar emotionele instabiliteit en het feit dat zij meerdere malen de zorg aan de vader heeft overgelaten, maken dat het hof de uithuisplaatsing noodzakelijk acht in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het beroep van de moeder af.
Uitkomst: De uithuisplaatsing van de minderjarige bij de juridische vader wordt bekrachtigd en het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen.