ECLI:NL:GHSGR:2008:BE9476
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. Vonk
- J.W. Savelbergh
- J.V. Van Noorle Jansen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke geschil over fiscale aftrekbaarheid van optieverplichtingen in vennootschapsbelasting
Belanghebbende werd voor het jaar 1999 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd van ƒ 7.596.183. Na bezwaar en beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat het beroep gegrond verklaarde, stelde de Staatssecretaris beroep in cassatie in. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof ’s-Gravenhage.
Het geschil betrof de vraag of een bedrag van ƒ 5.862.585, betaald aan een speciaal daarvoor opgerichte Stichting, ten laste van het resultaat van belanghebbende kon worden gebracht. Belanghebbende stelde dat de Stichting fiscaal transparant was en dat de rechtshandelingen van de Stichting aan haar toegerekend moesten worden.
Het Hof oordeelde dat de Stichting een afzonderlijk rechtssubject is en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die tot vereenzelviging met belanghebbende konden leiden. De door belanghebbende aangevoerde omstandigheden, waaronder het beperkte doel en het bestuur van de Stichting, waren onvoldoende om de fiscale transparantie aan te nemen.
Daarmee werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en bleef de aanslag onverminderd van kracht. Het Hof zag geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd op 27 mei 2008 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het bedrag van ƒ 5.862.585 wordt niet ten laste van het resultaat gebracht.