ECLI:NL:GHSGR:2008:BE8768
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning zelfstandigenaftrek wegens onvoldoende urenbewijs
Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat hij in 2001 meer uren aan zijn onderneming had besteed dan aan zijn dienstbetrekking, waardoor hij recht zou hebben op zelfstandigenaftrek. Hij stelde 1.664 uren te hebben gewerkt voor zijn onderneming, tegenover 1.600 uren in dienstbetrekking.
De Inspecteur bestreed dit en stelde dat belanghebbende minimaal 1.770 uren in dienstbetrekking werkte en minder dan 1.664 uren voor zijn onderneming, waarbij niet alle opgegeven uren als ondernemingsuren werden erkend. Belanghebbende had geen sluitende urenadministratie en zijn specificatie was een achteraf gemaakte schatting zonder onderbouwing.
Het hof ging veronderstellenderwijs uit van de gunstigste aannames voor belanghebbende, maar oordeelde dat hij niet had bewezen dat hij meer dan de helft van zijn totale arbeidstijd aan zijn onderneming besteedde. De agenda-aantekeningen en urenopgave waren onvoldoende bewijs.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard omdat belanghebbende niet heeft bewezen meer dan de helft van zijn arbeidstijd aan zijn onderneming te hebben besteed.