ECLI:NL:GHSGR:2008:BD9531
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M. Mos-Verstraten
- J. van Leuven
- H. van der Kuijl
- Rechtspraak.nl
Ontzegging omgangsrecht biologische vader wegens belangen minderjarige en loyaliteitsconflict
In deze zaak stond het verzoek van de biologische vader centraal om omgang met zijn minderjarige zoon vast te stellen. De rechtbank Rotterdam had dit verzoek afgewezen, waarna de vader in hoger beroep ging. Het hof oordeelde dat ondanks het feit dat er ruim vier jaar geen contact was geweest, het family life tussen vader en kind niet was opgehouden te bestaan.
De vader stelde dat de moeder onterecht de omgang verhinderde en dat het belang van het kind juist gebaat was bij contact met hem, mede vanwege de halfbroers. De moeder betwistte dit en stelde dat de vader zich gewelddadig had gedragen en dat omgang niet in het belang van het kind was, dat inmiddels door haar nieuwe partner werd opgevoed. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde tegen omgang vanwege het risico op loyaliteitsconflicten en stagnatie in de ontwikkeling van het kind.
Het hof concludeerde dat de omgang op dit moment niet in het belang van het kind was en dat zwaarwegende belangen zich tegen omgang verzetten. Wel werd een informatieregeling ingesteld waarbij de moeder twee keer per jaar schriftelijk informatie en een recente foto van het kind aan de vader verstrekt. De bestreden beschikking werd vernietigd en het recht op omgang ontzegd.
Uitkomst: Het hof ontzegt de biologische vader het omgangsrecht met zijn zoon en stelt een halfjaarlijkse informatieregeling in.