ECLI:NL:GHSGR:2008:BD9171
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Kamminga
- Mulder
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kinderalimentatie in relatie tot schuldsanering natuurlijke personen
De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank waarin zijn verzoek om de kinderalimentatie op nihil te stellen vanaf de datum van toelating tot de WSNP is afgewezen. Hij betoogde dat de alimentatie in de boedel van de schuldsanering zou moeten vallen en dat zijn draagkracht onvoldoende is om de alimentatie te betalen.
Het hof oordeelde dat niet kon worden vastgesteld dat bij de beslagvrije voet rekening was gehouden met de alimentatie, omdat de relevante beschikking onleesbaar was. De draagkrachtberekening van de vader werd als uitgangspunt genomen, waarbij het hof het betoog van de moeder over vermeerderd inkomen niet aannam wegens gebrek aan bewijs.
Verder werd het betoog van de moeder over een niet-passende levensstijl van de vader verworpen, aangezien verklaringen van de vader aannemelijk waren. De nieuwe partner van de vader werd niet meegerekend in de draagkracht, maar de helft van de gezamenlijke lasten werd aan haar toegerekend.
Uiteindelijk concludeerde het hof dat de vader een draagkracht heeft voor kinderalimentatie van €57 per kind per maand, conform de eerdere beschikking, en bekrachtigde het de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het verzoek van de vader om de kinderalimentatie op nihil te stellen af.