ECLI:NL:GHSGR:2008:BD9037
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Bouritius
- van Nievelt
- Punselie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de noodzaak tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een pleeggezin
In deze zaak staat de uithuisplaatsing van een minderjarig kind centraal, waarbij Jeugdzorg in hoger beroep verzoekt om verlenging van de machtiging tot plaatsing in een pleeggezin. De vader en moeder hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag. De vader bestrijdt het beroep, terwijl de moeder zich aansluit bij Jeugdzorg.
Jeugdzorg stelt dat het kind vanwege complexe problematiek en een grote behoefte aan structuur niet terug kan naar de vader en pleit voor plaatsing in een therapeutisch pleeggezin. De vader betwist dit en stelt dat hij wel degelijk over de opvoedingscapaciteiten beschikt en openstaat voor hulpverlening. De moeder is van mening dat terugplaatsing bij de vader niet in het belang van het kind is.
Het hof baseert zich op een rapport van Ambulatorium Ottho Gerhard Heldring, waarin wordt geconcludeerd dat het kind een complexe problematiek heeft die nader onderzoek vereist en dat hechting binnen een gezin essentieel is. Hoewel plaatsing in een therapeutisch pleeggezin het meest wenselijk is, is dit niet gelijk aan noodzakelijkheid in de zin van de wet. Het hof constateert dat uithuisplaatsing niet noodzakelijk is en verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing slechts tot 1 augustus 2008, mede vanwege het niet tijdig voorbereiden van terugplaatsing door Jeugdzorg.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van het kind wordt verlengd tot 1 augustus 2008, maar niet verder.