ECLI:NL:GHSGR:2008:BD6572
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verantwoordelijkheid voor bodemonderzoek bij verkoop woning met grond en bodemverontreiniging
In deze civiele zaak stond de vraag centraal wie verantwoordelijk was voor het uitvoeren van nader bodemonderzoek bij de verkoop van een woning met grond, waarbij bodemverontreiniging werd vermoed.
De koopovereenkomst bevatte een ontbindende voorwaarde dat een bodemonderzoek volgens NEN 5740 moest aantonen dat de grond geschikt was voor bewoning en dat een bouwvergunning niet zou worden gefrustreerd. De kopers stelden dat één verkennend bodemonderzoek voldoende was om de koop te ontbinden indien de norm werd overschreden, terwijl de verkopers meenden dat een vervolgonderzoek noodzakelijk was.
Het hof oordeelde dat de verkopers, toen zij kennisnamen van het rapport dat een vermoeden van verontreiniging gaf en de aanbeveling tot nader onderzoek, verplicht waren dit vervolgonderzoek te laten uitvoeren of aan kopers voor te stellen. Het niet uitvoeren hiervan maakte het onaanvaardbaar om nakoming van de koopovereenkomst te vorderen. De kopers konden de koop daarom niet ontbinden op basis van het verkennend onderzoek alleen.
Verder werd geoordeeld dat de kopers tekortschoten door de woning niet af te nemen na het nader bodemonderzoek dat aantoonde dat de grond geschikt was. De contractuele boete werd niet gematigd omdat de kopers niet te goeder trouw waren met hun uitleg van de ontbindende voorwaarde. De overige vorderingen van kopers werden afgewezen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat verkoper verantwoordelijk was voor het nader bodemonderzoek en kopers tekortschoten door de woning niet af te nemen.