ECLI:NL:GHSGR:2008:BD6501
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Pannekoek-Dubois
- Mulder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie en huwelijksvermogensregime met internationale aspecten
In deze zaak staat de partneralimentatie en het toepasselijke huwelijksvermogensrecht centraal, waarbij sprake is van een huwelijk tussen twee Turkse nationaliteiten met vestiging in Nederland. De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die hem veroordeelde tot betaling van €1.390 per maand aan partneralimentatie.
Het hof stelt vast dat tot 7 juni 2001 Turks recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime, en vanaf die datum Nederlands recht, conform het Haags Huwelijksvermogensverdrag. De man voerde diverse schulden aan, waarvan sommige vóór de datum van vestiging van de vrouw in Nederland zijn aangegaan en dus onder Turks recht vallen, terwijl schulden na die datum tot de huwelijksgemeenschap behoren.
De vrouw betwist het bestaan van enkele schulden en haar eigen verdiencapaciteit. Het hof oordeelt dat zij onvoldoende geïntegreerd is en momenteel niet in staat is in haar levensonderhoud te voorzien, waardoor zij recht heeft op alimentatie. De man heeft een bruto jaarinkomen van circa €49.924 en maandelijkse lasten en aflossingen. Het hof begroot de redelijke aflossing op €800 per maand en bepaalt de draagkracht voor alimentatie op €735 bruto per maand.
Het hof vernietigt het bestreden vonnis voor zover het de alimentatie betreft en stelt de alimentatie vast op €735 per maand met ingang van 9 augustus 2007. Tevens bepaalt het hof dat de schulden die nog openstaan tot de voormalige huwelijksgemeenschap behoren. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt vastgesteld op €735 per maand en schulden na 7 juni 2001 behoren tot de huwelijksgemeenschap.