ECLI:NL:GHSGR:2008:BD6316
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- M.J. van der Ven
- V. Disselkoen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het einde van de arbeidsovereenkomst op de prepensioenrichtdatum
In deze zaak stond centraal of de arbeidsovereenkomst van [Werknemer] bij Yara Sluiskil B.V. van rechtswege eindigt op de prepensioenrichtdatum van 61 jaar en 8 maanden, zoals bepaald in de pensioenregelingen en CAO's, of pas bij de pensioendatum van 65 jaar. [Werknemer] was sinds 1963 in dienst en had een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met een bepaling dat de overeenkomst eindigt op de pensioengerechtigde leeftijd.
Yara stelde dat de arbeidsovereenkomst op de prepensioenrichtdatum van rechtswege eindigde, mede op grond van het Pensioenreglement 1A en de CAO-regelingen. [Werknemer] voerde aan dat hij kon kiezen om door te werken tot de pensioendatum van 65 jaar. Het hof oordeelde dat de vroegpensioenregeling onvoldoende is om te concluderen dat de arbeidsovereenkomst automatisch eindigt op de prepensioenrichtdatum. De bepalingen bieden flexibiliteit en de pensioenrichtdatum is eerder een rekeneenheid dan een daadwerkelijke pensioeningangsdatum.
Het hof benadrukte dat voor zo'n ingrijpende afspraak als het automatisch eindigen van de arbeidsovereenkomst duidelijke en ondubbelzinnige afspraken nodig zijn, die hier ontbreken. Ook de feitelijke voortzetting van de arbeidsovereenkomst na de prepensioenrichtdatum ondersteunt dit. De vorderingen van Yara werden afgewezen en het vonnis van de rechtbank Middelburg bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van Yara af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.