ECLI:NL:GHSGR:2008:BD6051
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Bouritius
- Van der Zanden
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en alimentatie na echtscheiding met discussie over schuldenverknochtheid
Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn gescheiden. De vrouw ging in hoger beroep tegen de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, met name over de toedeling van schulden die de man was aangegaan. Zij stelde dat deze schulden verknocht waren aan de man en niet in de gemeenschap vielen, en dat de alimentatie te laag was vastgesteld.
Het hof oordeelde dat de doorlopende kredieten niet als verknocht konden worden beschouwd, noch dat de omstandigheden van de vrouw (zoals taalachterstand en onbekendheid met schulden) een uitzondering op de hoofdregel van gelijke verdeling rechtvaardigden. De peildatum voor de omvang van de gemeenschap werd vastgesteld op de datum van inschrijving van de echtscheiding, en voor de waardering op de datum van feitelijk uiteengaan.
Verder stelde het hof vast dat de man onvoldoende bewijs had geleverd van zijn financiële draagkracht en verhoogde de alimentatie naar €450 per maand met ingang van de inschrijvingsdatum van de echtscheiding. De vrouw kreeg geen verdeling van erfenissen en spaartegoeden omdat geen boedelbeschrijving was aangeleverd. Inzage in pensioengegevens werd niet door het hof beslist omdat dit al wettelijk geregeld is.
Uitkomst: Het hof verhoogt de alimentatie naar €450 per maand en stelt peildata vast, maar wijst het verzoek tot toedeling van schulden aan de man af.