ECLI:NL:GHSGR:2008:BD4923
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Mos-Verstraten
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Toewijzing eenhoofdig gezag aan vader wegens ongeschiktheid moeder
In deze zaak staat het gezag over een minderjarige centraal. De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking die beide ouders gezamenlijk gezag toekent. De moeder kampt met ernstige psychiatrische problemen en heeft in het verleden de zorg voor de minderjarige niet adequaat kunnen vervullen, wat leidde tot uithuisplaatsingen.
De vader verzoekt het hof het gezag eenhoofdig aan hem toe te wijzen, stellende dat de moeder niet in staat is tot een constructieve gezagsuitoefening en dat gezamenlijke besluitvorming onmogelijk is. De moeder betwist dit en stelt dat zij wel degelijk in staat is het gezag uit te oefenen en dat de vader mede verantwoordelijk is voor de verslechterde communicatie.
Het hof weegt de feiten, waaronder de psychiatrische problematiek van de moeder, haar belaste voorgeschiedenis, het ontbreken van medewerking bij belangrijke beslissingen zoals de paspoortaanvraag, en de verklaring van een tante die de moeder niet in staat acht tot samenwerking. Gezien het belang van het kind en de onmogelijkheid tot gezamenlijk gezag, vernietigt het hof de bestreden beschikking en wijst het het eenhoofdig gezag toe aan de vader. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof wijst het eenhoofdig gezag toe aan de vader wegens ongeschiktheid van de moeder.