ECLI:NL:GHSGR:2008:BD3397
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. Borgesius
- C.G.M. van Rijnberk
- R.C. Langeler
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring voor kartelgedrag, veroordeeld voor belastingontduiking glazenwassersbranche
In hoger beroep is de verdachte terechtgekomen wegens vermeende deelneming aan een criminele organisatie met kartelpraktijken en belastingontduiking in de glazenwassersbranche in Den Haag en omgeving. Het openbaar ministerie stelde dat er sprake was van een kartel dat markten verdeelde en prijzen vaststelde, waarbij pachtsommen werden geheven en niet aan de belastingdienst werden opgegeven.
De verdediging voerde aan dat kartelgedrag sinds 1998 niet langer strafrechtelijk vervolgbaar is en dat het OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Het hof oordeelde dat het kartelgedrag onder de Mededingingswet valt, die bestuursrechtelijke handhaving voorschrijft, waardoor strafrechtelijke vervolging daarvoor wettelijk is uitgesloten. Dit leidt tot niet-ontvankelijkverklaring voor de criminele organisatie.
Voor het belastingdelict, los van het kartelgedrag, stelde het hof vast dat de verdachte onjuiste en onvolledige belastingaangiften heeft gedaan, waardoor belasting is ontdoken. Dit is een zelfstandige strafbare feit waarvoor het OM wel ontvankelijk is. Het hof achtte het bewezen dat de verdachte dit heeft gedaan en veroordeelde hem tot 5 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Het hof verwierp tevens het verweer dat het bewijs onrechtmatig was verkregen.
Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij het OM niet-ontvankelijk werd verklaard voor het kartelgedrag en de verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen. De straf is gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Verdachte niet-ontvankelijk verklaard voor kartelgedrag en veroordeeld tot 5 maanden gevangenisstraf voor belastingontduiking.