ECLI:NL:GHSGR:2008:BD1795
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Mos-Verstraten
- Mulder
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderbijdrage en kostenverdeling DNA-onderzoek bij ongewenst kind
In deze zaak staat de vaststelling van de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van een kind centraal, waarbij de ouders geen familierechtelijke relatie hadden en het kind ongewenst was door de man.
De rechtbank had eerder een bijdrage van €750 per maand vastgesteld en de man veroordeeld tot betaling van de kosten van het DNA-onderzoek. Het hof vernietigt dit oordeel deels en stelt de bijdrage vast op €400 per maand, met ingang van 8 november 2004, met jaarlijkse wettelijke indexering vanaf 1 januari 2005.
Het hof overweegt dat het kind zal opgroeien in het huishouden van de vrouw, gezien het ontbreken van contact en de afwijzing van de man om betrokken te zijn. De behoefte van het kind wordt op €500 gesteld, maar rekening houdend met draagkracht wordt de bijdrage vastgesteld op €400.
Verder oordeelt het hof dat de DNA-onderzoekskosten eerlijk verdeeld moeten worden, waarbij ieder de helft betaalt. Het teveel betaalde door de man mag worden verrekend met toekomstige termijnen. De overige onderdelen van de beschikking worden bekrachtigd.
Uitkomst: De man moet €400 per maand betalen voor verzorging en opvoeding van het kind en de helft van de DNA-onderzoekskosten.