ECLI:NL:GHSGR:2008:BC9866
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van den Wildenberg
- van Leuven
- van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Afgewogen oordeel over hoofdverblijf en omgangsregeling kinderen na scheiding
In deze zaak staat de hoofdverblijfplaats en omgangsregeling van twee kinderen centraal, geboren in 1998 en 2000, na de scheiding van hun ouders. De vader verzoekt co-ouderschap met gelijke verblijfsverdeling, terwijl de moeder meer rust wil en het hoofdverblijf bij haar wenst te houden. De raad voor de kinderbescherming adviseert een zorgplan en benadrukt het belang van heldere structuur.
Het hof overweegt dat de ouders onvoldoende in staat zijn om co-ouderschap risicoloos te realiseren vanwege slechte communicatie en gebrek aan wederzijds respect. Daarom wordt het hoofdverblijf bij de moeder vastgesteld. De omgangsregeling wordt aangepast: de kinderen verblijven om de veertien dagen een weekend en aansluitend tot woensdagochtend bij de vader, wat een rustiger en evenwichtiger schema is dan de voorlopige regeling.
De vakanties worden gelijk verdeeld met een wisselend agendarecht: de moeder stelt het rooster in oneven jaren vast, de vader in even jaren, met ruimte voor een bijzondere regeling voor een aaneengesloten vakantieperiode van vier weken voor de moeder in 2009. Het hof wijst het verzoek van de vader tot co-ouderschap af en vernietigt de bestreden beschikking voor zover het de omgangsregeling betreft, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bepaalt het hoofdverblijf van de kinderen bij de moeder en stelt een aangepaste omgangsregeling vast waarbij de kinderen om de veertien dagen een weekend en aansluitend enkele weekdagen bij de vader verblijven.