ECLI:NL:GHSGR:2008:BC9258
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Dusamos
- Mertens-de Jong
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vader in hoger beroep inzake kinderalimentatie en kosten kinderopvang
De vader is in hoger beroep gekomen tegen beschikkingen van de rechtbank Rotterdam betreffende kinderalimentatie en een bijdrage in de kosten van kinderopvang voor zijn minderjarige kinderen. De bestreden beschikkingen bevatten zowel eindbeslissingen als tussenbeslissingen.
Het hof oordeelt dat de bepalingen over kinderalimentatie en kinderopvangkosten in het dictum van de beschikkingen een definitief einde maken aan een deel van het verzochte, waardoor deze als eindbeslissingen gelden. Volgens artikel 358 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet hoger beroep binnen drie maanden na de uitspraak worden ingesteld.
Het beroepschrift van de vader is echter pas na deze termijn ingediend, waardoor het hof hem niet-ontvankelijk verklaart. De vader kan daarom niet worden gehoord op zijn verzoeken tot wijziging van de alimentatie en kostenbijdrage. Het hof wijst ook het verzoek van de vader af om de moeder te veroordelen in de proceskosten.
Uitkomst: De vader is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.