ECLI:NL:GHSGR:2008:BC7183
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- van Leuven
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voogdij man en benoeming Jeugdzorg als voogd over minderjarige kinderen na overlijden moeder
In deze zaak verzocht de man, broer van de biologische vader, om het gezag over twee minderjarige kinderen te verkrijgen nadat de moeder was overleden. De biologische vader had de moeder vermoord en de kinderen ernstig verwond, waardoor hij zijn recht op gezag had verspeeld. Het hof oordeelde dat de man niet de noodzakelijke afstand tot de biologische vader nam en dat het niet in het belang van de kinderen was om hem met de voogdij te belasten.
De raad voor de kinderbescherming en Jeugdzorg adviseerden het hof om Jeugdzorg als voogd aan te wijzen, wat het hof volgde. Het hof hield rekening met de godsdienstige achtergrond van de kinderen en vond dat het pleeggezin neutraal stond ten opzichte van islam en christendom, wat niet in strijd was met artikel 9 EVRM Pro.
De biologische vader steunde het verzoek van de man, mede om de band tussen zijn familie en de kinderen te behouden, maar het hof vond dit onvoldoende. Uiteindelijk werd het verzoek van de man afgewezen en werd Jeugdzorg benoemd tot voogd om het belang en de ontwikkeling van de kinderen te waarborgen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man af en benoemt Jeugdzorg tot voogd over de minderjarige kinderen.