ECLI:NL:GHSGR:2008:BC6202
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Kamminga
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot gezamenlijk gezag over minderjarige afgewezen wegens belang van het kind
In deze zaak staat het gezag over de minderjarige [kind] centraal. De moeder is ernstig ziek geweest en heeft de vader verzocht geen gezamenlijk gezag te krijgen, omdat dit volgens haar niet in het belang van het kind is. De vader heeft de eerste levensjaren nauwelijks contact gehad met het kind en de omgangsregeling is regelmatig door hem zonder toelichting afgezegd. De moeder heeft een voogd benoemd voor het geval zij komt te overlijden.
Het hof heeft het wetsvoorstel nr. 29353 en artikel 1:253c lid 2 BW als maatstaf genomen, waarbij het belang van het kind leidend is voor de beslissing over het gezag. Gezien de slechte communicatie tussen ouders en de onzekerheid rond de ziekte van de moeder, oordeelt het hof dat gezamenlijk gezag onrust zal veroorzaken die niet in het belang van het kind is.
De vader heeft aangegeven wel de zorg te willen dragen na overlijden van de moeder, maar ook dat hij niet weet hoe hij dat moet invullen. Daarom beslist het hof dat alleen de moeder met het gezag wordt belast. De bestreden beschikking die gezamenlijk gezag toekent, wordt vernietigd en het verzoek van de vader wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag af en belast alleen de moeder met het gezag over het kind.