ECLI:NL:GHSGR:2008:BC4360
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Kamminga
- Bouritius
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over omgangsregeling en partneralimentatie na echtscheiding met gebruiksvergoeding woning
In deze zaak staat het hoger beroep centraal tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam over de omgangsregeling tussen de man en zijn minderjarige zoon, de partneralimentatie en een vordering tot gebruiksvergoeding van de voormalige echtelijke woning.
De man verzoekt een omgangsregeling met vaste frequenties en vakanties, een gebruiksvergoeding van minimaal de helft van de hypotheekrente, en een partneralimentatie van €1.965,- per maand voor drie jaar. De vrouw betwist deze vorderingen en stelt hogere alimentatiebedragen en een lagere behoefte.
Partijen bereiken overeenstemming over de omgangsregeling, waarbij de man om de veertien dagen omgang heeft en vakanties volgens een vastgesteld schema. Het hof beoordeelt de draagkracht van de man in twee perioden, rekening houdend met zijn netto-inkomen en woonlasten. De partneralimentatie wordt vastgesteld op €2.090,- per maand tot 3 september 2007 en €1.640,- daarna. De vordering tot gebruiksvergoeding wordt afgewezen omdat het niet redelijk is deze nu vast te stellen, mede gezien de geringe overwaarde en het feit dat de vrouw de woning bewoont.
Het hof benadrukt de zorg van de vrouw voor het jonge kind en haar beperkte verdiencapaciteit door taalbeheersing en rolverdeling tijdens het huwelijk, waardoor alimentatie niet wordt beperkt in duur. De kosten van omgang en verwervingskosten worden redelijk vastgesteld. De beschikking wordt vernietigd en opnieuw bepaald conform het arrest.
Uitkomst: Het hof stelt een omgangsregeling vast, bepaalt partneralimentatie op €2.090,- en €1.640,- per maand voor twee perioden en wijst de gebruiksvergoeding af.