ECLI:NL:GHSGR:2008:BC3767
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Mos-Verstraten
- Bouritius
- Rechtspraak.nl
Beëindiging uithuisplaatsing zeer jong kind en hereniging met moeder
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank die de uithuisplaatsing van haar zeer jonge kind gedurende dag en nacht had toegestaan. De moeder voert aan dat de omstandigheden die de uithuisplaatsing rechtvaardigen niet langer aanwezig zijn, zij een stabiele en veilige omgeving kan bieden en bereid is hulp te accepteren.
De Raad voor de Kinderbescherming en Jeugdzorg Haaglanden betwisten dit en wijzen op de noodzaak van begeleiding vanwege de psychosociale problematiek van de moeder en het risico van contact met de vader, die een bedreiging vormt voor de thuissituatie. De vader verblijft in detentie.
Het hof oordeelt dat de moeder voldoende betrokken is en dat het forensisch psychologisch onderzoek geen onoverkomelijke belemmeringen ziet voor terugplaatsing, mits gezinsvoogdij en begeleiding worden ingesteld. Het belang van het kind bij hechting aan de moeder weegt zwaar, zeker gezien de jonge leeftijd.
Het hof beëindigt daarom de machtiging tot uithuisplaatsing per 7 februari 2008, met het oog op een zorgvuldige overgang en het treffen van voorbereidingsmaatregelen. Het contact tussen vader en kind moet worden voorkomen, waarbij de moeder en hulpverleners een rol hebben.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: De uithuisplaatsing van het zeer jonge kind wordt per 7 februari 2008 beëindigd en het kind wordt herenigd met de moeder onder begeleiding.