ECLI:NL:GHSGR:2008:BC2839
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.J. van Nievelt
- J. van Leuven
- J. Punselie
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk ouderlijk gezag wegens onmacht ouders
In deze zaak staat het ouderlijk gezag over een minderjarig kind centraal, waarbij het hof het hoger beroep van de vader behandelt tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam die het gezamenlijk gezag beëindigde en het eenhoofdig gezag aan de moeder toekende.
De vader betwistte de beslissing en voerde aan dat de rechtbank onvoldoende gronden had om het gezamenlijk gezag te beëindigen, met name dat praktische problemen en een kwestie rondom een paspoort geen voldoende reden zouden zijn. Ook stelde hij dat de rechtbank lichtvaardig had geoordeeld en onvoldoende had gemotiveerd.
De moeder en de raad voor de kinderbescherming stelden dat de ouders niet in staat zijn om gezamenlijk het gezag uit te oefenen vanwege het ontbreken van een minimaal vermogen tot positieve communicatie. De raad benadrukte dat geen sprake is van verwijtbaar gedrag, maar dat de vader onvoldoende capaciteiten heeft om de communicatie op gang te brengen en dat beide ouders geen initiatief tonen.
Het hof overwoog dat het gezamenlijk gezag in deze situatie niet in het belang van het kind is omdat de ouders feitelijk onmachtig zijn om gezamenlijk gezag uit te oefenen. Voortzetting van het gezamenlijk gezag zou conflicten in stand houden en het contact niet herstellen. Daarom werd de bestreden beschikking bekrachtigd en het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder.