ECLI:NL:GHSGR:2008:BC2825

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
23 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/01173
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Stille
  • Husson
  • Mink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 222 RvArt. 285 RvArt. 362 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot voeging van dagvaardings- en verzoekschriftprocedure in alimentatiegeschil

De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de voorzieningenrechter in een alimentatiezaak. De man verzocht incidenteel om voeging van deze dagvaardingsprocedure met een verzoekschriftprocedure tussen dezelfde partijen over een vergelijkbaar onderwerp, namelijk alimentatie versus bijdrage in huishoudkosten.

Het hof beoordeelde dat voeging op grond van artikel 222 Rv Pro alleen mogelijk is voor gedingen die beiden met dagvaarding zijn ingeleid. Omdat de ene procedure met dagvaarding en de andere met verzoekschrift was gestart, en artikel 285 Rv Pro niet van toepassing is in hoger beroep, kon voeging niet worden toegestaan.

Daarom wees het hof de vordering tot voeging af en stelde de beslissing over de kosten uit tot het eindarrest in de hoofdzaak. Het arrest werd uitgesproken op 23 januari 2008 door de kamer familie van het gerechtshof 's-Gravenhage.

Uitkomst: De vordering tot voeging van de dagvaardingsprocedure met de verzoekschriftprocedure wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector familie
Rolnummer : C07/01173 kort geding
Rolnummer rechtbank: KG ZA 07/707
arrest van de familiekamer van 23 januari 2008
inzake
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eiser in het incident,
geïntimeerde in de hoofdzaak,
hierna te noemen: de man,
procureur: mr. W. Heemskerk,
tegen
[verweerster],
wonende te [woonplaats],
verweerster in het incident,
appellante in de hoofdzaak,
hierna te noemen: de vrouw,
procureur: mr. W.B. Teunis.
1. Het geding
1.1. De vrouw is bij exploot van 25 september 2007 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Rotterdam van 29 augustus 2007, gewezen onder zaak-/rolnummer 288816/KG ZA 07-707, met dagvaarding van de man voor dit hof.
1.2. Bij memorie van grieven heeft de vrouw van twee grieven gediend en geconcludeerd overeenkomstig het exploot voornoemd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de oorspronkelijke vorderingen van de man alsnog zal afwijzen, met diens veroordeling in de kosten in beide instanties.
1.3. Bij incidentele memorie tot voeging heeft de man voeging gevorderd met de bij dit hof aanhangige zaak met rolnummer R07/00588, tussen de man als appellant en de vrouw als geïntimeerde.
1.4. Bij Akte van antwoord op de incidentele memorie tot voeging heeft de vrouw geconcludeerd tot afwijzing van de incidentele vordering tot voeging zoals hiervoor weergegeven.
1.5. Tenslotte hebben partijen arrest gevraagd in het incident, zulks onder overlegging van de dossiers door ieder van partijen.
2. Beoordeling van het incidenteel verzoek tot voeging
2.1. De man heeft zijn vordering tot voeging gegrond op het feit dat tussen partijen tegelijk twee zaken aanhangig zijn die over hetzelfde onderwerp gaan, te weten een ‘bijdrage in de kosten van huishoudgeld versus alimentatieverplichting’. Daarbij zijn volgens de man dezelfde feitelijke juridische geschilpunten aan de orde, waardoor beide procedures tevens zodanig verknocht zijn dat consistentie van de uitspraken wenselijk is. Door voeging wordt/worden dubbel werk onderscheidenlijk tegenstrijdige beslissingen voorkomen.
2.2. De vordering betreft de voeging van een geding dat is ingeleid met een dagvaarding (rolnummer C07/1173 kort geding) met een geding dat is ingeleid met een verzoekschrift (requestnummer R07/0588) en is gegrond op artikel 222 Rv Pro. Deze bepaling ziet evenwel slechts op gedingen die zijn ingeleid met een dagvaarding. Op grond van het bepaalde van artikel 362 Rv Pro is de overeenkomstige bepaling met betrekking tot voeging van gedingen die met een verzoekschrift zijn ingeleid – artikel 285 Rv Pro – niet van toepassing in hoger beroep, zodat – veronderstellenderwijs aannemend dat voeging van een dagvaardingsprocedure met een verzoekschriftprocedure anderszins al mogelijk zou zijn – reeds op die grond de vordering tot voeging moet worden afgewezen.
3. Beslissing
Het hof:
- wijst de vordering tot voeging af;
- houdt de beslissing omtrent de kosten aan tot aan het (eind)arrest in de hoofdzaak.
Dit arrest is gewezen door mrs. Stille, Husson en Mink, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2008 in aanwezigheid van de griffier.