ECLI:NL:GHSGR:2007:BC2060

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
19 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1370-R-07
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Fockema Andreae-Hartsuiker
  • Van den Wildenberg
  • Kamminga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 807 RvArt. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid moeder in hoger beroep tegen voorlopige ondertoezichtstelling minderjarigen

De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die haar minderjarige kinderen voorlopig onder toezicht stelde voor drie maanden. De rechtbank had deze maatregel op 14 september 2007 uitgesproken. Tijdens de mondelinge behandeling op 5 december 2007 waren de moeder, haar advocaat en de William Schrikker Stichting aanwezig, maar de Raad voor de Kinderbescherming verscheen niet.

Het hof verwijst naar de feiten en het procesverloop zoals vastgesteld door de rechtbank, aangezien daartegen in hoger beroep geen grieven zijn gericht. Volgens artikel 807 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is tegen een voorlopige ondertoezichtstelling geen hoger beroep mogelijk, behalve cassatie in het belang der wet.

Daarom verklaart het hof de moeder niet-ontvankelijk in haar hoger beroep en wijst het beroep af. De beschikking is uitgesproken op 19 december 2007 door drie rechters van het gerechtshof 's-Gravenhage.

Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de voorlopige ondertoezichtstelling.

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE
Familiesector
Uitspraak : 19 december 2007
Rekestnummer. : 1370-R-07
Rekestnr. rechtbank : J2 RK 07-1169
[appellante],
wonende te Hoogvliet,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
procureur mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt,
tegen
de Raad voor de Kinderbescherming,
vestiging Rotterdam,
hierna te noemen: de raad.
Als informant is aangemerkt:
de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering
kantoor houdende te Diemen,
hierna te noemen: de WSS.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De moeder is op 28 september 2007 in hoger beroep gekomen van een beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Rotterdam van 18 september 2007.
Op 5 december 2007 is de zaak, tezamen met de zaak met rekestnummer 1369-R-07 (betreffende de uithuisplaatsing), mondeling behandeld. Verschenen zijn: de moeder, bijgestaan door haar advocaat, mr. P. Vermeulen, en namens de WSS: mevrouw F. Neuteboom en mevrouw D. Welleman. De raad is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De moeder, haar advocaat, alsmede de WSS, hebben het woord gevoerd.
VASTSTAANDE FEITEN EN HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, E[de minderjarigen, geboren in 1997, 2000, 2006 en 2007], voorlopig onder toezicht gesteld voor de duur van drie maanden met ingang van 14 september 2007.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.
DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP
Ingevolge artikel 807 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, voor zover thans van belang, staat tegen een voorlopige ondertoezichtstelling, zoals bedoeld in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek, geen andere voorziening open dan cassatie in het belang der wet. De moeder kan derhalve niet worden ontvangen in haar hoger beroep. Zij dient te dien aanzien niet-ontvankelijk te worden verklaard. Het hof beslist derhalve als volgt.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Fockema Andreae-Hartsuiker, Van den Wildenberg en Kamminga, bijgestaan door mr. Van der Kamp als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2007.