ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0162
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Mos-Verstraten
- Punselie
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over gezamenlijk ouderlijk gezag en omgangsregeling na scheiding
In deze zaak staat het ouderlijk gezag en de omgangsregeling tussen de vader en zijn minderjarige kinderen centraal. De moeder was door de rechtbank belast met het eenhoofdig gezag, terwijl de vader gezamenlijk gezag en een ruimere omgangsregeling wenst. De vader voert aan dat de omgangsregeling van de rechtbank niet werkbaar is en dat de kinderen hem missen, terwijl de moeder stelt dat er sprake is van huiselijk geweld en dat de vader impulsdoorbraken heeft.
Het hof overweegt dat het uitgangspunt van de wet is dat beide ouders gezamenlijk gezag behouden, tenzij er een onaanvaardbaar risico voor de kinderen bestaat. Het hof constateert dat de heftige incidenten verband houden met de echtscheiding en dat er geen aanwijzingen zijn dat gezamenlijk gezag onaanvaardbaar is. De vader heeft bovendien toegezegd zich niet te mengen in het dagelijkse gezinsleven en het verleden niet te doen herleven.
Ten aanzien van de omgangsregeling stelt het hof vast dat de bestaande regeling niet werkbaar is en dat de omgang in een ongedwongen sfeer moet plaatsvinden. Het hof bepaalt dat de omgang voor de jongste kind één zondag per drie weken zal zijn van 10.00 tot 18.00 uur, met ophalen en terugbrengen bij de moeder of het voetbalveld. De vader zal het kerkbezoek stimuleren indien gewenst.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank voor zover het gezag en omgang betreft en wijst het verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag af. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof herstelt het gezamenlijk ouderlijk gezag en stelt een aangepaste omgangsregeling vast van een zondag per drie weken.