ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0159
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- H. Husson
- J. Labohm
- J. Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Beëindiging alimentatieverplichting na samenwoning met ander als waren zij gehuwd
De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank die zijn verzoek om de alimentatie aan de vrouw op nihil te stellen had afgewezen. Het geschil betrof de vraag of de vrouw met de inmiddels overleden heer [x] had samengewoond als waren zij gehuwd, wat de alimentatieverplichting zou beëindigen.
De man stelde dat er sprake was van een duurzame affectieve relatie met wederzijdse verzorging en een gemeenschappelijke huishouding tussen de vrouw en de heer [x]. Hij overlegde verklaringen, foto’s en een rouwkaart ter onderbouwing. De vrouw betwistte dit en stelde dat zij elk een eigen huishouden voerden en dat haar verblijf bij de heer [x] in het ziekenhuis geen samenwoning vormde.
Het hof oordeelde dat de relatie duurzaam was en dat sprake was van samenwoning als bedoeld in artikel 1:160 BW Pro. De vrouw en de heer [x] hadden een langdurige affectieve relatie, verzorgden elkaar, verbleven samen in Denemarken en Nederland, gingen op vakantie en voerden een gezamenlijke huishouding. Ook de schenking en de huwelijksceremonie spraken daarvoor.
Daarom stelde het hof vast dat de alimentatieverplichting van de man eindigde op 30 mei 2006 en vernietigde de bestreden beschikking voor zover nodig. Het verzoek van de vrouw om de man in de proceskosten te veroordelen werd afgewezen.
Uitkomst: De alimentatieverplichting van de man eindigt op 30 mei 2006 wegens samenwoning van de vrouw met de overleden heer [x] als waren zij gehuwd.