ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0156
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mos-Verstraten
- Van Leuven
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Voorlopige omgangsregeling van zes omgangscontacten is niet voor hoger beroep vatbaar
In deze zaak staat de omgang tussen de vader en zijn minderjarige kinderen centraal, waarbij de kinderen bij de moeder verblijven die het eenhoofdig gezag heeft. De moeder kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Middelburg die een voorlopige omgangsregeling van zes omgangscontacten tussen vader en kinderen had vastgesteld.
De moeder verzocht vernietiging van de beschikking en een nader onderzoek naar de persoonlijkheid van de vader en eventuele bezwaren tegen omgang. De vader verzocht bekrachtiging van de beschikking en stelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk was omdat het een tussenbeschikking betrof. Het hof oordeelde dat de voorlopige omgangsregeling geen in tijd begrensde eindbeslissing was, maar een tussenbeschikking die geen einde maakte aan het geding.
Daarom verklaarde het hof het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk. Het voorwaardelijk incidenteel appel van de vader behoeft geen bespreking meer. De beschikking is uitgesproken door drie raadsheren op 7 november 2007.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk omdat de voorlopige omgangsregeling een tussenbeschikking betreft waartegen geen hoger beroep openstaat.