ECLI:NL:GHSGR:2007:BB8839
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van Nievelt
- Mink
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep inzake uithuisplaatsing minderjarigen en ondertoezichtstelling
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen beschikkingen van de rechtbank die machtiging verleenden aan de William Schrikker Stichting namens Jeugdzorg om haar minderjarige kinderen uit huis te plaatsen in een AWBZ-voorziening gedurende de duur van de ondertoezichtstelling.
Het hof constateert dat de machtigingen waarvoor hoger beroep is ingesteld inmiddels zijn verlopen, waardoor de moeder geen belang meer heeft bij haar beroep tegen deze beschikkingen. Daarnaast is geen hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van 1 mei 2007, die de verlenging van de uithuisplaatsing regelt, en de beroepstermijn daarvoor is verstreken.
Het hof benadrukt dat het verzoek tot uithuisplaatsing dateert van vóór een fietsongeval en een mogelijke mishandeling, en dat de maatregelen hoofdzakelijk zijn ingegeven door de verstandelijke beperkingen en gedragsproblematiek van de minderjarigen en de persoonlijke problematiek van de moeder. Het hof acht de uithuisplaatsing in het belang van de kinderen gerechtvaardigd.
Hoewel de minderjarigen niet persoonlijk zijn gehoord, heeft de gezinsvoogd verklaard dat zij verhinderd waren maar graag op een ander moment willen verschijnen. De wens van de moeder om meer contact te hebben met de kinderen wordt erkend, waarbij de omgang zal worden uitgebreid indien er geen vervolging volgt op de mishandelingsmelding.
Het hof verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar hoger beroep en laat de beschikking van 1 mei 2007 buiten beschouwing.
Uitkomst: De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de uithuisplaatsingsbeschikkingen.