ECLI:NL:GHSGR:2007:BB8337
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Van Leuven
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen schorsing voorlopige omgangsregeling in belang minderjarige
In deze zaak heeft de vader hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank die de voorlopige omgangsregeling met zijn minderjarige dochter heeft geschorst in afwachting van een onderzoek en advies van de Raad voor de Kinderbescherming.
Het hof heeft onderzocht of het hoger beroep ontvankelijk is. De rechtbank had de omgangsregeling geschorst om de raad in staat te stellen een rapportage te maken over de wenselijkheid en vorm van omgang. Het hof oordeelde dat deze schorsing deel uitmaakt van een onderzoeksopdracht en daarmee een tussenbeschikking betreft.
Volgens artikel 358 lid 4 Rv Pro is tegen tussenbeschikkingen geen afzonderlijk hoger beroep mogelijk, tenzij de rechter anders beslist of zich onbevoegd verklaart, wat hier niet het geval was. Daarom verklaarde het hof de vader niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. De beslissing werd uitgesproken op 3 oktober 2007 door het hof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Vader is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de schorsing van de omgangsregeling.