ECLI:NL:GHSGR:2007:BB5049
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Husson
- van Leuven
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep echtscheiding wegens ontbreken nabestaandenpensioenvoorziening
De vrouw kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank waarin de echtscheiding was uitgesproken. Zij verzocht het hof de echtscheiding aan te houden totdat een adequate nabestaandenpensioenvoorziening door de man was getroffen die billijk zou zijn voor beiden.
De man voerde verweer en stelde dat partijen geen pensioenaanspraken hadden opgebouwd. Het hof nam een verklaring van de financieel directeur van de vennootschap waar partijen werkzaam waren in overweging, waaruit bleek dat geen nabestaandenpensioen was opgebouwd. De man gaf ook een mondelinge garantie dat voorafgaand aan noch tijdens het huwelijk een dergelijke voorziening was getroffen.
Het hof oordeelde dat de vrouw geen belang had bij haar hoger beroep omdat niet aannemelijk was dat er een nabestaandenpensioen was opgebouwd. Haar enkele stelling dat dit wel zo was, was onvoldoende. Daarom verklaarde het hof haar niet-ontvankelijk in het hoger beroep voor zover het de echtscheiding betrof en hield de verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de vrouw niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een nabestaandenpensioenvoorziening.