ECLI:NL:GHSGR:2007:BB4808
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.A.F. Tan-de Sonnaville
- Th.W.H.E. Schmitz
- R. van der Vlist
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging bij ontruimingsvonnis in hoger beroep tegen Woongoed
In deze zaak staat een executiegeschil centraal over een ontruimingsvonnis van 15 februari 2006. Woongoed, de verhuurder, vordert ontruiming van de huurder wegens achterstallige huurbetalingen en andere tekortkomingen. De huurder heeft een handicap, zorgt voor een minderjarig kind en heeft een aangepaste woning nodig.
Het hof stelt vast dat ondanks eerdere betalingsachterstanden de huurder sinds het bodemvonnis een min of meer regelmatig betalingspatroon heeft ontwikkeld en zijn leven met hulp van instanties grotendeels weer op de rails heeft. Dit leidt tot een belangenafweging waarbij het hof oordeelt dat het belang van de huurder om in de woning te blijven zwaarder weegt dan het belang van Woongoed bij onmiddellijke ontruiming.
Het hof benadrukt dat de huurder een bijzondere kans krijgt en dat terugval waarschijnlijk zal leiden tot ontruiming. Tevens wijst het hof op de contractuele verplichting van de huurder om de huur vóór de 5e van de maand te betalen, ondanks dat de uitkering pas rond de 10e wordt ontvangen. De eerdere vonnissen worden bekrachtigd en Woongoed wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ontruiming af en bekrachtigt het eerdere vonnis, waarbij de belangen van de huurder zwaarder wegen dan die van Woongoed.