ECLI:NL:GHSGR:2007:BB3893
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C.G. Beyer-Lazonder
- M.H. van Coeverden
- M.J. van der Ven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag op staande voet wegens schending vertrouwen en concurrentieactiviteiten
De zaak betreft het hoger beroep van [X] tegen het ontslag op staande voet door [Y], na de doorstart van het failliete transportbedrijf van [X]. [X] was als bedrijfsleider bij [Y] in dienst getreden, maar werd ontslagen wegens het benaderen van klanten en werknemers voor een nieuwe onderneming zonder overleg met [Y].
De rechtbank had het ontslag bevestigd en de vorderingen van [X] afgewezen, terwijl de reconventionele vordering van [Y] werd afgewezen. In hoger beroep werden meerdere grieven van [X] behandeld, waaronder het ontbreken van een ondertekende arbeidsovereenkomst en concurrentiebeding, de intenties van [X] met betrekking tot klanten en de communicatie over onvrede van een belangrijke klant, Otis.
Het hof oordeelde dat het ontbreken van een ondertekend concurrentiebeding niet afdoet aan het feit dat [X] het vertrouwen van [Y] heeft geschonden door zonder overleg klanten en werknemers te benaderen. Het niet melden van onvrede en verzelfstandigingsplannen aan [Y] was verwijtbaar. Het ontslag op staande voet werd daarom bevestigd. Wel werd in het incidenteel appel de schadeplicht van [X] erkend en werd hij veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan [Y].
Uitkomst: Het ontslag op staande voet van [X] wordt bevestigd en hij wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan [Y].