ECLI:NL:GHSGR:2007:BB3804
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- M.J. van der Ven
- T.L. Tan
- Rechtspraak.nl
Einde dienstbetrekking voor bepaalde tijd en gevolgen van niet-verlenging
De werknemer trad op 1 januari 2003 in dienst bij Spectrum voor de duur van één jaar, met een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot en met 31 december 2003, die stilzwijgend werd verlengd tot 31 december 2004. Spectrum besloot de arbeidsovereenkomst niet opnieuw te verlengen vanwege een noodzakelijke herstructurering.
De werknemer protesteerde tegen het ontslag en vorderde loonbetaling vanaf 1 januari 2005. De kantonrechter wees een deel van deze loonvordering toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege was geëindigd per 31 december 2004, omdat geen nadere afspraken over voortzetting waren gemaakt.
Het hof verwierp de stelling van de werknemer dat de overeenkomst stilzwijgend was omgezet in een contract voor onbepaalde tijd en dat het niet tijdig maken van afspraken tot wanprestatie van Spectrum leidde. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten van alle instanties. Het arrest werd uitgesproken op 20 juli 2007.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst eindigde van rechtswege op 31 december 2004 en de loonvorderingen van de werknemer werden afgewezen.