ECLI:NL:GHSGR:2007:BB0967
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Pannekoek-Dubois
- Husson
- Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging alimentatiebeslissing en niet-ontvankelijkheid incidenteel hoger beroep vrouw
In deze zaak staat de alimentatieplicht van de man jegens de vrouw centraal. De rechtbank had bepaald dat de man vanaf 1 juni 2006 een bijdrage van €214 per maand aan de vrouw moest betalen. De man ging hiertegen in hoger beroep met het verzoek om deze verplichting te vernietigen. De vrouw stelde ter zitting haar eis tot partneralimentatie verhoogd te willen zien tot €500 per maand, wat het hof als een incidenteel appel kwalificeerde.
Het hof oordeelde dat het verzoek van de vrouw te laat was ingediend en daarmee niet-ontvankelijk was. De financiële omstandigheden waarop de vrouw zich baseerde waren niet nieuw en reeds bekend bij de rechtbank. De man voerde aan dat zijn dienstverband per 1 juli 2007 was geëindigd en hij wachtgeld zou ontvangen, wat zijn draagkracht zou beïnvloeden. Het hof hield echter vast aan het inkomen tot 1 juli 2007 en achtte de stukken over wachtgeld onvoldoende definitief om daarover te oordelen.
Het hof nam bij de draagkrachtberekening ook extra inkomsten van de man uit nevenwerkzaamheden ter waarde van €5.000 per jaar mee, gelet op de voorlopige aanslag en de stellingen van partijen. Lasten zoals huurlasten van een garage werden buiten beschouwing gelaten vanwege onvoldoende onderbouwing. Uiteindelijk oordeelde het hof dat de man voldoende draagkracht had om de alimentatie van €214 per maand te betalen en bekrachtigde de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof verklaart het incidenteel hoger beroep van de vrouw niet-ontvankelijk en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank tot betaling van €214 partneralimentatie per maand.