ECLI:NL:GHSGR:2007:BB0834
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot handhaving inschrijving vormmerk wegens gebrek aan onderscheidend vermogen
The Proctor & Gamble Company heeft bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom een vormmerk gedeponeerd voor diverse waren, waaronder zepen, farmaceutische producten en papieren huishoudartikelen. Het Bureau weigerde de inschrijving van het merk vanwege het ontbreken van onderscheidend vermogen en omdat de vorm een wezenlijke waarde aan de waren geeft of noodzakelijk is voor een technische uitkomst.
P&G voerde aan dat het vormmerk wel degelijk onderscheidend vermogen heeft en dat de specifieke weigeringsgronden niet van toepassing zijn. Tijdens de procedure heeft P&G zich niet langer beroepen op ingeburgerd gebruik. Het hof overwoog dat het merk geen significante afwijking vertoont van wat in de sector gangbaar is en dat de gemiddelde consument de vorm niet zal herkennen als merk.
Het hof benadrukte dat elk verzoek tot inschrijving op eigen merites moet worden beoordeeld, ongeacht eerdere inschrijvingen bij andere instanties zoals het OHIM. Uiteindelijk wees het hof het verzoek af en veroordeelde P&G tot betaling van de proceskosten aan de zijde van het Bureau.
Uitkomst: Het verzoek van Proctor & Gamble om handhaving van het vormmerk wordt afgewezen wegens gebrek aan onderscheidend vermogen.