ECLI:NL:GHSGR:2007:BB0091
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.C.H. Koning
- C.G.M. van Rijnberk
- G.J. Fleers
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor fiscale fraude en valsheid in geschrifte door leidinggeven aan onjuiste administratie
De verdachte, samen met zijn broer, leidde ondernemingen waarbij de administratie niet deugdelijk werd bijgehouden, onjuiste en onvolledige aangiften loonbelasting en premie volksverzekeringen werden gedaan, valselijke suppletie-aangiften werden ingediend en werknemers niet correct werden aangemeld. De verdediging voerde aan dat de boekhouder verantwoordelijk was en dat de verdachte niet op de hoogte was van de verplichtingen, maar het hof verwierp dit en stelde dat de verdachte zich willens en wetens blootstelde aan de kans op onjuiste aangiften.
Het hof oordeelde dat de suppletie-aangiften, hoewel geen aangifte in juridische zin, wel een bewijsbestemming hebben en dat onjuiste opgave daarin strafbaar is als valsheid in geschrifte. De strafbaarheid van de feiten werd bevestigd, waarbij het hof het oude recht toepaste omdat de feiten zich voordeden vóór de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving.
De verdachte werd veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar. De straf werd gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 240 uur werkstraf en 6 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf wegens fiscale fraude en valsheid in geschrifte.