ECLI:NL:GHSGR:2007:BA9045

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
22 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
BK-07/00063
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Schuurman
  • Vierhout
  • Visser
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof bevestigt WOZ-waarde van vijf woningen op €72.604 en wijst proceskosten toe

In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage op 22 februari 2007 uitspraak gedaan over het beroep van Stichting Vestia Groep tegen vijf WOZ-beschikkingen van de gemeente Delft. Het beroep was onderdeel van een grotere procedure waarbij 864 woningen betrokken waren, gesplitst in 42 zaken. De belanghebbende stelde dat de waarde van de woningen €75.800 moest zijn, terwijl de Inspecteur uiteindelijk instemde met een waarde van €72.604 per woning.

Het hof bevestigde dat de woningen identiek zijn aan een woning waarvan de waarde op €72.604 was vastgesteld en dat belanghebbende zich conformeerde aan het herziene standpunt van de Inspecteur. Hierdoor vernietigde het hof de bestreden uitspraken en stelde de waarde van de vijf woningen vast op €72.604.

Daarnaast veroordeelde het hof de Inspecteur in de proceskosten van €79,50, welke door de gemeente Delft moeten worden vergoed. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van de door belanghebbende geleden schade van €58. De uitspraak werd openbaar gedaan en partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad.

Uitkomst: Het Gerechtshof stelde de WOZ-waarde van vijf woningen vast op €72.604 en wees proceskosten en schadevergoeding toe aan belanghebbende.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE
derde meervoudige belastingkamer
22 februari 2007
nummer BK-07/00063
UITSPRAAK
op het beroep van de stichting Stichting Vestia Groep, statutair gevestigd te Rotterdam, tegen de uitspraken van de Inspecteur, het Hoofd Belastingen van de gemeente Delft, betreffende na te noemen beschikkingen.
1. Tussenuitspraak en splitsing
1.1 Het Hof verwijst naar hetgeen is vastgesteld, overwogen en beslist in zijn tussenuitspraak van 9 januari 2007 in de zaak met het kenmerk 03/01566 (hierna: de tussenuitspraak).
1.2 Voor het procesverloop verwijst het Hof in de eerste plaats naar hetgeen daaromtrent is vermeld onder 1 tot en met 3.2 van de tussenuitspraak.
1.3 Na de tussenuitspraak is die zaak gesplitst in 42 zaken, waaronder deze, in welke zaken heden uitspraak wordt gedaan. Ook wordt heden in de zaak met het kenmerk 03/01566 de (eind)uitspraak gedaan.
1.4 Het onderhavige beroep is gericht tegen de uitspraken van de Inspecteur op het bezwaar tegen vijf beschikkingen, waarbij de Inspecteur het bezwaar ongegrond heeft verklaard. Die beschikkingen en uitspraken hebben betrekking op de volgende vijf onroerende zaken:
Object Waarde bij beschikking
[...] [...]
2. Vaststaande feiten
Het Hof merkt het in de tussenuitspraak onder 1 en 3 vermelde als vaststaand aan. Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is verder, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, het volgende komen vast te staan:
De onderhavige woningen zijn identiek aan de woning aan de Ursulaplaats 12. De waarde van deze woning bedraagt € 72.604.
3. Geschil en standpunten van partijen
3.1 Voor het geschil en de standpunten van partijen verwijst het Hof in de eerste plaats naar hetgeen in de tussenuitspraak onder 4 is vermeld. Wat het subsidiaire standpunt van belanghebbende en de bestrijding daarvan door de Inspecteur betreft, is voorts het volgende van belang.
3.2 Belanghebbende heeft in beroep het standpunt ingenomen dat de waarde van de woningen elk op € 75.800 dient te worden vastgesteld. Ter zitting heeft de Inspecteur er alsnog mee ingestemd dat de waarde van elk van de onroerende zaken nader wordt vastgesteld op € 72.604.
4. Beoordeling van het beroep
Vorm en wijze van bekendmaking van de beschikkingen
4.1 Wat betreft de vorm en wijze van bekendmaking van de onderwerpelijke beschikkingen verwijst het Hof naar hetgeen in de tussenuitspraak onder 5.3 en 5.4 is overwogen en geoordeeld.
De waarde van de onroerende zaken
4.2 Uit hetgeen hiervoor onder 2 en 3 is vermeld, leidt het Hof af dat belanghebbende zich conformeert aan het nadere standpunt van de Inspecteur omtrent de waarde van de onderhavige woningen.
4.3 Dit betekent dat de bestreden uitspraken niet in stand kunnen blijven en dat die waarden moeten worden vastgesteld op € 72.604.
5. Proceskosten
5.1 Nu het beroep gegrond is, heeft te gelden wat het Hof in de tussenuitspraak onder 6 heeft overwogen.
5.2 Mitsdien komt aan belanghebbende een proceskostenvergoeding van (5 x € 15,90 is) € 79,50 en een schadevergoeding van (5 x € 11,60 is) € 58 toe.
6. Beslissing
Het Gerechtshof
- verklaart het beroep gegrond,
- vernietigt de vijf bestreden uitspraken van de Inspecteur,
- wijzigt de beschikkingen aldus, dat de waarde van de onroerende zaken elk nader wordt vastgesteld op € 72.604,
- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het beroep aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 79,50, en wijst de gemeente Delft aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden, en
- veroordeelt de gemeente Delft tot vergoeding van de door belanghebbende geleden schade, vastgesteld op € 58.
Deze uitspraak is vastgesteld door mrs. Schuurman, Vierhout en Visser. De beslissing is op 22 februari 2007 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van de griffier.
(Otto) (Vierhout)
Deze uitspraak is ondertekend door mr. Vierhout omdat de voorzitter daartoe verhinderd was.
aangetekend aan
partijen verzonden:
Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.
2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is
gericht;
- de gronden van het beroep in cassatie.
Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.