ECLI:NL:GHSGR:2007:BA8235
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Dusamos
- Husson
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap en verrekening huwelijkse voorwaarden na echtscheiding
In deze zaak stond de verdeling van de huwelijksgemeenschap en de verrekening van vermogensbestanddelen tussen partijen centraal na hun echtscheiding. De man was gehuwd op huwelijkse voorwaarden met een periodiek verrekenbeding, waardoor geen gemeenschap van goederen bestond, maar wel verrekening van tijdens het huwelijk vergaard vermogen plaatsvond. De man stelde dat er geen gemeenschap bestond die ontbonden kon worden, terwijl de vrouw aanspraak maakte op verrekening van diverse bankrekeningen, levensverzekeringen en schenkingen.
Het hof stelde vast dat ondanks de huwelijkse voorwaarden er sprake was van gemeenschappelijk vermogen in de zin van Boek 3 titel 7 BW en dat verrekening van het tijdens het huwelijk opgebouwde vermogen plaats moest vinden. Diverse bankrekeningen en levensverzekeringen werden betrokken in de verrekening, waarbij het hof oordeelde dat de man onvoldoende had aangetoond dat bepaalde rekeningen buiten de verrekening vielen. De waarde van de voormalige echtelijke woning werd vastgesteld op €465.000,- en de inboedel op €6.475,-.
Het hof verdeelde de gemeenschap zodanig dat de vrouw de woning, inboedel en een deel van het saldo op een girorekening kreeg, onder de verplichting de hypothecaire schuld van ruim €418.000,- zelf te dragen. De man kreeg een deel van de inboedel en een vordering wegens overbedeling. De kinderalimentatie werd bekrachtigd op €250,- per kind per maand. Verzoeken tot wijziging van het beheer van bankrekeningen ten name van de kinderen werden afgewezen. De bestreden beschikking werd op onderdelen vernietigd en opnieuw vastgesteld, en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelde de verrekening en verdeling van de huwelijksgemeenschap vast en veroordeelde de man tot betaling aan de vrouw van de helft van het te verrekenen vermogen.