ECLI:NL:GHSGR:2007:BA6795
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.A. Schuering
- C.G. Beyer-Lazonder
- Th.W.H.E. Schmitz
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep arbeidsrechtelijke vordering uit arbeidsongeval bij Wilton Fijenoord
Op 6 juni 1992 raakte een lasser, werkzaam via een buitenlandse werkgever maar tewerkgesteld bij Wilton Fijenoord (WF), ernstig gewond aan zijn rechterknie tijdens werkzaamheden aan boord van een motorschip. De toedracht van het ongeval was betwist: WF stelde dat de werknemer was uitgegleden op een kraanrail, terwijl de werknemer verklaarde dat hij viel tijdens het gebruik van een steile muurtrap met elektroden in de hand.
Het hof oordeelde dat WF niet slaagde in haar bewijs dat de werknemer viel zoals zij stelde. Het hof achtte de verklaring van een getuige die de communicatie in gebarentaal met de werknemer had, betrouwbaar en concludeerde dat tegenbewijs was geleverd tegen de door WF gestelde toedracht. Daarnaast stelde het hof vast dat WF onvoldoende veiligheidsinstructies had gegeven aan de werknemer en dat de veiligheidsvoorschriften niet effectief waren gecommuniceerd.
De rechtbank had de vordering van de werknemer tot schadevergoeding toegewezen en het hof bekrachtigde dit vonnis. WF werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het hof verwierp de grieven van WF en bevestigde dat er causaal verband bestond tussen het gebrek aan effectieve veiligheidsinstructie en het ongeval.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt Wilton Fijenoord tot schadevergoeding wegens onvoldoende veiligheidsinstructies.