ECLI:NL:GHSGR:2007:BA6070
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.E. In ’t Velt-Meijer
- T.L. Tan
- J.W. van Rijkom
- Rechtspraak.nl
Werkgever niet aansprakelijk voor mishandeling werknemer door derde na winkelincident
De werknemer, bedrijfsleider bij Ribberink, werd op 1 april 2000 door de broer van een geïrriteerde klant mishandeld, wat leidde tot ernstig blijvend letsel. De werknemer vorderde aansprakelijkheid van de werkgever voor deze schade, stellende dat de werkgever tekort was geschoten in haar zorgplicht door het ontbreken van adequate preventiemiddelen en training.
Het hof stelde vast dat de mishandeling verband hield met een conflict tussen de werknemer en een klant met een borderline persoonlijkheidsstoornis, die haar broer had opgehitst. De werkgever had geen expliciete instructies gegeven om klanten intensief te observeren en had passende beveiligingsmaatregelen binnen de redelijke grenzen getroffen, zoals het gebruik van cameratoezicht in het winkelcentrum.
De zorgplicht van de werkgever onder artikel 7:658 BW Pro vereist geen absolute bescherming tegen ongevallen, maar redelijke maatregelen. Het hof oordeelde dat de werkgever niet tekort was geschoten, mede omdat het geweld door een derde werd gepleegd en niet door een klant zelf. Ook de subsidiaire grondslagen voor aansprakelijkheid werden verworpen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank dat de vordering van de werknemer werd afgewezen en veroordeelde hem in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De werkgever is niet aansprakelijk voor de door de werknemer geleden schade als gevolg van mishandeling door een derde.