ECLI:NL:GHSGR:2007:BA4469
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- G. Dulek-Schermers
- M.L. Vierhout
- A.H. de Wild
- Rechtspraak.nl
Eigendom en hinder bij aanplempingen en doorvaart over waterpercelen
In deze civiele zaak tussen twee buren staat de eigendom en het gebruik van verschillende percelen en wateren centraal. De geïntimeerde vordert dat hij eigenaar is van een perceel met een steiger (2550-D3) en dat de appellant dit perceel ontruimt. De rechtbank wijst deze vordering toe, en het hof bevestigt dat de eigenaren van het aangrenzende perceel 2040 door langdurig ongestoord bezit via verkrijgende verjaring eigenaar zijn geworden van perceel 2550-D3.
Daarnaast gaat het geschil over aanplempingen door appellant in het water van geïntimeerde, waarbij de rechtbank vorderde dat appellant de oeverlijn terugbrengt. Het hof oordeelt dat deze aanplempingen niet onrechtmatig zijn en dat er geen grond is voor terugbrengen of eigendomsoverdracht van deze aanplempingen.
Verder is er discussie over de aanwezigheid van bomen, heesters en heggen nabij de erfgrens. Het hof bevestigt het wettelijk verbod op beplanting binnen bepaalde afstanden van de erfgrens en veroordeelt appellant tot verwijdering van de beplanting binnen deze zones. Ten aanzien van de doorvaart over het waterperceel 2550-D2 oordeelt het hof dat dit openbaar vaarwater is en dat appellant de doorvaart niet mag belemmeren, maar vernietigt de verplichting om de doorvaartbreedte en -diepte op vaste maten te houden. Alleen belemmeringen die de doorvaart daadwerkelijk hinderen moeten worden verwijderd.
Uitkomst: Het hof bevestigt eigendom door verkrijgende verjaring, wijst vorderingen tot terugbrengen aanplempingen af en legt verwijderingsverplichtingen op voor beplanting en doorvaartobstakels.