ECLI:NL:GHSGR:2007:BA3570
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- M.J. van der Ven
- T.L. Tan
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens dringend eigen gebruik en huurachterstand
In deze zaak staat de beëindiging van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte centraal. De verhuurder vordert in hoger beroep dat het hof een datum vaststelt waarop de huurovereenkomst zal eindigen wegens dringend eigen gebruik en dat de huurder wordt veroordeeld tot betaling van een huurachterstand. De huurder is in hoger beroep verstek gebleven.
De bedrijfsruimte werd sinds 1995 verhuurd en de verhuurder heeft het pand in 2001 overgenomen. De verhuurder stelt dat hij het pand dringend nodig heeft voor zijn onderneming die innovatieve pleziervaartuigen ontwikkelt en assembleert. De huurder betwist het dringend eigen gebruik en stelt dat het pand niet geschikt is voor de productie van grotere jachten en dat er geen milieuvergunning is aangevraagd.
Het hof oordeelt dat de verhuurder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij het pand duurzaam nodig heeft voor zijn onderneming, ook al is het pand niet geschikt voor grotere jachten. Het pand kan wel als showroom of assemblageruimte voor kleinere vaartuigen worden gebruikt. Daarnaast wijst het hof de stelling van de huurder dat geen huurachterstand bestaat af, omdat de verhuurder de huurachterstand volgens de contractuele indexeringsbepaling heeft gespecificeerd en de huurder dit niet gemotiveerd heeft weersproken.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en bepaalt dat de huurovereenkomst eindigt en de bedrijfsruimte uiterlijk op 1 september 2007 ontruimd moet zijn. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand van € 2.319,01 tot 1 november 2005. Verder worden de proceskosten verdeeld: de verhuurder in de eerste aanleg en de huurder in het hoger beroep.
Uitkomst: De huurovereenkomst eindigt op 1 september 2007 en de huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand.